Tijdens de hongerwinter zitten twee Nederlanders langs de kant van de rivier. Plotseling komt het lijk van een dikke Duitse soldaat voorbij drijven. De twee mannen vissen de Duitser uit het water, en ze snijden de maag van de soldaat open. De maag blijkt gevuld met zuurkool met worst.

De ene Nederlander begint de maaginhoud op te peuzelen, maar de ander zegt er geen trek in te hebben. Enige tijd later kotst de man de zuurkool met worst weer uit. Meteen begint de andere man het op te eten. “Ik dacht dat je geen zuurkool met worst lustte?” zegt de ene man. “Nee,” zegt de ander, “koud hoef ik het niet, maar opgewarmd lust ik het wel!”